Acht jaar Vierdaagse onderzoek


Het Vierdaagseonderzoek beleeft dit jaar zijn achtste editie. Het onderzoek is in 2007 gestart door de afdeling Fysiologie van het Radboudumc samen met de Stichting de Vierdaagse na de desastreus verlopen Vierdaagse in 2006 waarbij veel mensen onwel werden door de extreme hitte, en er zelfs twee dodelijke slachtoffers waren te betreuren. Er bleek in de literatuur weinig bekend te zijn over de inspanningsfysiologische belasting van dit soort wandelmarsen.

Vanaf 2011 richt het Vierdaagseonderzoek zich meer op de positieve effecten van een actieve leefstijl op de preventie van ziekten. Dit gebeurt met een grootschalig cohortonderzoek waarbij deelnemers van de Vierdaagse 15 jaar lang gevolgd worden aan de hand van digitale vragenlijsten, naast de diverse testen die tijdens de Vierdaagse worden uitgevoerd, zoals temperatuur- en gewichtsmetingen, bloeddruk, hartslag en echo’s.

Na acht jaar Vierdaagseonderzoeken zijn er diverse interessante resultaten naar voren gekomen. Hieronder een paar hoogtepunten.

De eerste dag is het zwaarst!

Je zou natuurlijk zeggen dat mensen op de eerste dag van de Vierdaagse, getraind en fris, de meeste kans hebben om kreukvrij over de finish te komen. Niets is minder waar: de eerste dag is de meest riskante. Uitdroging ligt op de loer en ook is de hartslag op de eerste dag het hoogst. Op de eerste dag vertoont 21% van de deelnemers uitdrogingsverschijnselen en 15% heeft een verstoorde zoutconcentratie in het bloed. Na de eerste dag nemen de risico’s op een verstoorde water- en zoutbalans sterk af. Het lichaam past zich dus aan als het zich meerdere dagen achter elkaar inspant.

Des te sneller je wandelt, des te kwieker het brein

Zeventig Vierdaagselopers van gemiddeld 72 jaar voltooiden een cognitietest met geheugen-, oriëntatie- en aandachtsvragen (six-item Cognitive Impairment Test (CIT). Daaruit bleek dat de snellere wandelaars beter scoorden op de cognitietest. De loopsnelheid hangt af van de capaciteiten van de longen, skelet, hart en bloedvaten, spieren en het zenuwstelsel. Loopsnelheid heeft dus misschien een indirect effect op de cognitieve functie, namelijk via de gezondheid van andere organen waarop de hersenen functioneren.

Meer uitdroging bij mannen

Tijdens de Vierdaagse worden regelmatig hoge temperaturen gemeten. In combinatie met de langdurige beweging wordt er natuurlijk veel getranspireerd. Hoewel bij mannen en vrouwen allebei een verlies aan vocht plaatsvindt tijdens het wandelen, is dit bij mannen wel significant meer dan bij vrouwen. Bij meer dan 2% verlies van het lichaamsgewicht wordt gesproken van dehydratie en mannen hadden hier een vier keer hoger risico op dan vrouwen. Mannen dronken ook minder dan vrouwen.

Het risico van overgewicht

Mensen met overgewicht of obesitas hebben een verhoogd risico op een verstoorde hydratiestatus, doordat ze meer zweten. De onderzoekers zagen dat hoe groter het lichaamsoppervlak was, des te meer vocht werd verloren via zweet. Mensen met overgewicht of obesitas drinken echter wel meer vergeleken met mensen met een gezond gewicht, maar dus nog niet voldoende om hun vochtverliezen aan te vullen.

Vochtbalans en thermoregulatie bij veroudering

Doordat oudere mensen een minder goede dorstprikkel hebben, lopen zij vermoedelijk ook meer risico op uitdroging tijdens de Vierdaagse. De afdeling Fysiologie onderzocht dit door 60-plussers en 80-plussers te vergelijken die 30 km liepen tijdens de Vierdaagse. De oudere groep, de 80-plussers, dronken inderdaad minder dan de 60-plussers, maakten minder gebruik van het toilet en transpireerden ook wat minder. Er waren echter niet significant meer 80-plussers met uitdrogingsverschijnselen dan in de groep 60-plussers en ook andere vochtbalansparameters verschilden niet tussen de groepen. De 80-plussers hadden wel een hogere temperatuurstijging dan de 60-plussers tijdens de wandeltocht, wat mogelijk betekent dat de controle van de lichaamstemperatuur afneemt met een hogere leeftijd.

Bron: Radboudumc