Meer begeleiding langdurig zieken, gehandicapten en ouderen in noorden, oosten en Limburg

Nederland telde in 2012 ruim 250 duizend langdurig zieken, gehandicapten of ouderen die begeleiding nodig hadden bij het organiseren van praktische zaken in het dagelijks leven. Deze vorm van zorg zonder verblijf vanuit de AWBZ komt in de noordelijke en oostelijke provincies en in Limburg vaker voor dan elders in het land.

Bijna 2 procent indicatie voor begeleiding
In 2012 hadden 257 duizend volwassenen die niet in een instelling woonden een indicatie voor begeleiding vanuit de AWBZ. Dat komt neer op een aandeel van 1,9 procent van de bevolking van 18 jaar en ouder. 

Hiervan hadden 149 duizend personen een indicatie voor individuele begeleiding, 61 duizend voor begeleiding in groepsverband en 46 duizend voor een combinatie van beide. Begeleiding is er op gericht dat ouderen, chronisch zieken, mensen met een handicap of mensen met langdurige psychische problemen zelfstandig kunnen wonen en leven.

Regionale verschillen
Op 1 januari 2015 gaat de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van langdurig zieken, gehandicapten en ouderen van de rijksoverheid over naar de gemeenten. Het blijkt dat in het noorden en oosten van het land en in Limburg het aandeel volwassenen met deze vormen van zorg hoger ligt dan gemiddeld. Zo kwam in 2012 het hoogste aandeel indicaties individuele begeleiding voor in Leeuwarden en Eemsmond (2,7 procent). In Muiden kreeg minder dan een half procent van de volwassenen daarvoor een indicatie. Groepsbegeleiding werd geïndiceerd bij 1,9 procent van de volwassen in Heerlen. Vlieland had het laagste aandeel groepsbegeleiding met 0,2 procent.

In kleine gemeenten lager aandeel begeleiding
In kleine gemeenten heeft een lager aandeel van de volwassen inwoners een indicatie voor begeleiding dan in grote gemeenten. Zo varieerde het aandeel dat aanspraak kon maken op individuele begeleiding van 1 procent in gemeenten met minder dan 10 duizend inwoners tot 1,7 procent in gemeenten met 150 duizend tot 250 duizend inwoners in 2012. Bij groepsbegeleiding is het verschil tussen kleine en grote gemeenten minder uitgesproken.

Vaak vormen psychiatrische aandoeningen de aanleiding voor indicatie voor begeleiding. Zo werd 40 procent van de indicaties voor individuele begeleiding en 28 procent van de indicaties voor groepsbegeleiding afgegeven aan personen met een psychiatrische aandoening. Daarnaast maakten lichamelijke, ofwel somatische aandoeningen bij beide zorgvormen bijna een kwart uit van de indicaties.

Bron: CBS