Niet Epke en Ranomi, maar de gymleraar maakt sporters van ons

Meer mensen aan het sporten krijgen, hoe doe je dat? Successen van topsporters leiden in ieder geval niet tot een run op de sportschool. ‘Epke en Ranomi geven hoogstens een tijdelijke impuls aan de turn- en zwemsport.’ Dat zegt Koen Breedveld, hoogleraar Sportsociologie aan de Radboud Universiteit.

De overheid voert sinds veertig jaar beleid om meer mensen aan het sporten te krijgen. Of dat effect heeft, is eigenlijk niet duidelijk. Breedveld: ‘Wat we weten is dat grote landelijke campagnes niet helpen. Lokaal investeren in voetbalvelden of zwembaden heeft waarschijnlijk wel effect.’ 

 
Breedveld doet onderzoek naar de maatschappelijke effecten van sport en sportbeleid. Op 16 april spreekt hij zijn oratie uit. Sinds mei 2013 bekleedt Breedveld de eerste Nederlandse leerstoel op het gebied van sportsociologie.

Niet Epke, maar de gymleraar
Ook het succes van topsporters zorgt er niet voor dat meer mensen gaan sporten, zoals vaak wordt gedacht. Breedveld: ‘Epke en Ranomi geven hoogstens een tijdelijke impuls aan de turn- en zwemsport. Sporten beklijft pas als het een patroon wordt. Dat patroon vormt zich op jonge leeftijd: hoe meer positieve ervaringen dan, hoe groter de kans dat iemand later blijft sporten.’
Volgens de hoogleraar is een vakdocent voor lichamelijke opvoeding daarbij onontbeerlijk. ‘Praktisch alle kinderen hebben tegenwoordig een motorische achterstand, simpelweg omdat het dagelijks leven onvoldoende beweging van ons vraagt. Dat slechts 46 procent van de basisscholen een vakdocent in dienst heeft, valt in deze tijden van beweegarmoede niet uit te leggen.’

Kijk hier voor meer informatie over de leerstoel, de onderzoeker en zijn oratie.

Bron: RU