Patiënt durft niet te bewegen na niertransplantatie

Veel patiënten die een niertransplantatie hebben ondergaan, zijn bang om daarna voldoende in beweging te komen. Dat komt vooral doordat ze denken dat ze dat niet (meer) kunnen, blijkt uit Gronings onderzoek. Dat terwijl patiënten ook na niertransplantatie een verhoogd risico op hart- en vaatproblemen hebben, en dit goed te verminderen is door te bewegen. Zorgverleners zouden zich meer moeten richten op het vergroten van het vertrouwen van patiënten in hun gezondheid na niertransplantatie en het wegnemen van de belemmeringen om te bewegen, stellen de onderzoekers.

Voldoende bewegen

Nierpatiënten gaan vaker dood aan hart- en vaatproblemen, dan aan de nierziekte zelf. Na transplantatie is het verhoogde risico op hartproblemen niet zomaar geneutraliseerd. Om langer van de nieuwe nier te kunnen genieten is het daarom belangrijk voldoende te bewegen. Dat helpt ook om te voorkomen dat patiënten na transplantatie zwaarder worden en hoge bloeddruk en diabetes ontwikkelen, risicofactoren voor hart- en vaatproblemen. Maar in de praktijk blijkt dat veel patiënten, ook na een geslaagde transplantatie die maakt dat zij zich veel beter voelen, de dagelijkse beweegnorm niet halen. Waarom het de ene patiënt wel lukt en de andere niet was tot nu toe onduidelijk. Wetenschappers uit Groningen hebben onderzoek gedaan onder 487 getransplanteerden. Ze hebben zowel hun beweegangst gemeten, als de mate waarin de patiënten dachten dat ze zelf in staat waren om in beweging te komen. Deelnemers met beweegangst blijken gemiddeld minder te bewegen dan deelnemers zonder beweegangst, wat in de lijn der verwachtingen ligt.

Fysiotherapeut kan bijdragen aan vergroten zelfvertrouwen

Daarnaast concluderen de onderzoekers ook dat een eerder doorgemaakt hart- of herseninfarct weliswaar invloed heeft op de mate van beweegangst, maar dat het vooral het zelfvertrouwen is dat dit beïnvloedt. Volgens de onderzoekers zouden zorgverleners zich meer moeten richten op het vergroten van het vertrouwen van patiënten in hun gezondheid na niertransplantatie en het wegnemen van de belemmeringen om te bewegen. Dit kan met behulp van gedragsveranderingstechnieken en door patiënten beter te informeren over de positieve effecten en mogelijkheden van bewegen na transplantatie. Door patiënten bijvoorbeeld te laten bewegen onder begeleiding van een fysiotherapeut, ervaren zij dat het optreden van lichamelijke symptomen zoals kortademigheid tijdens bewegen normaal is en kan de angst om te bewegen worden weggenomen. De uitkomsten van het hierboven beschreven onderzoek worden meegenomen in het project ACTieve zorg na transplantatie, waarin de langetermijneffecten van een revalidatieprogramma en voedingsinterventie bij niertransplantatiepatiënten worden onderzocht.

Bron: Niernieuws.nl