Trap er niet in!

Mensen hebben tegenwoordig talloze hulpmiddelen tot hun beschikking. Dat hebben we te danken aan betaalbare techniek. Stofzuigers en wasmachine zijn ingeburgerde apparaten die huishoudelijke taken verlichten. Niets mis mee. Nieuwe technieken gaan verder. Denk aan robot-stofzuigers en fietsen met elektromotor. Ook de smartphone en de afstandsbediening maken opstaan uit de luie stoel overbodig. En recentelijk werd de consument zelfs met reclame over het gemak van een traplift overspoeld.



Verleidelijk allemaal, maar de keerzijde is dat mensen steeds minder bewegen. Dat betekent op termijn verslapping van spieren en verstijving van gewrichten en dus wordt traplopen een hele opgave. Op dat moment kunnen mensen in de verleiding komen om een traplift aan te schaffen. Weer minder bewegen.

Bewegen voorkomt problemen en klachten. Dat weten we allemaal. Maar wat als bewegen niet meer zo makkelijk gaat? Toch maar die traplift, die robot-stofzuiger en die elektrofiets? Voor mensen zonder een chronische aandoening ligt daar de oplossing niet. Gezonde mensen die zich toch niet meer zo makkelijk bewegen kunnen beter naar een fysiotherapeut gaan. Zij zijn specialisten in bewegen. Zij zijn er in gespecialiseerd om mensen weer in beweging te krijgen. Ook ouderen. Ze onderzoeken de oorzaak  van de klachten, bekijken de mogelijkheden van de patiënt, geven advies en oefeningen om weer zo goed mogelijk te kunnen bewegen. Een bezoek aan de fysiotherapeut is overigens ook nog eens vele malen goedkoper dan een traplift. Trap er dus niet in.


Note: 

Op werk/schooldagen zit de gemiddelde volwassene 6,2 uur per dag. Jongeren zitten nog langer, namelijk zo’n 7,8 uur per dag. Dit heeft waarschijnlijk vooral te maken met de tijd die de meeste jongeren in de schoolbanken doorbrengen. Op vrije dagen is er nagenoeg geen verschil tussen het aantal zituren (respectievelijk 4,3 en 4,4 uur).

Bron: Monitor Bewegen en Gezondheid, TNO 


Uit onderzoek van TNO (Monitor Bewegen en Gezondheid) blijkt dat we in Nederland te weinig bewegen. Maar liefst 32% van de volwassen beweegt te weinig. En dit percentage onder jongeren is nog groter. Meer dan de helft (54%) van de jongeren krijgt te weinig beweging. 

De Nederlandse Norm voor Gezond bewegen is voor jongeren (0-17 jaar) dagelijks een uur matig intensieve lichaamsbeweging (zoals fietsen) met minimaal twee keer per week kracht–, lenigheid– en coördinatieoefeningen ter verbetering van de fitheid. Voor volwassenen (18 t/m 55 jaar) geldt minimaal een half uur per dag matig intensieve lichaamsbeweging en voor mensen boven de 55 jaar geldt dezelfde aanbeveling maar mag de inspanning iets minder intensief te zijn.